Praktijk voor Gezonde Voeding & Gewichtsbeheersing

Stofwisseling

Stofwisseling
Stofwisseling is het verbranden van calorieën met als doel om dit als brandstof te gebruiken. Brandstof heb je nodig om je dagelijkse bezigheden te doen. Om aan brandstof te komen voor alle activiteiten moet je eten. De aanwezige brandstof gebruik je tijdens je dagelijkse bezigheden, hierbij komt warmte vrij en blijft je lichaamstemperatuur op peil. Je verbrandt ook calorieën als je stil zit, dit wordt de ruststofwisseling genoemd. Niet iedereen heeft dezelfde ruststofwisseling, sommige mensen hebben van nature een hoge ruststofwisseling en anderen weer een lage stofwisseling.

Als je meer eet dan je nodig hebt om je dagelijkse activiteiten te doen, dan wordt het opgeslagen als vet (reservebrandstof). Deze reservebrandstof kun je een andere keer gebruiken als er gebrek is aan voeding. Handig toch? Behalve wanneer gebrek aan voeding niet of nauwelijks aan de orde is. Je lichaam slaat telkens weer vet op, dat betekent dat je meer eet dan je verbrand met je dagelijkse bezigheden. Als dit structureel het geval is dan wordt je dus steeds dikker; je stofwisseling kan het dus niet bijbenen.

Bewegen verhoogt de stofwisseling
Wij eten om aan brandstof te komen koolhydraten, eiwitten en vetten.
Als je veel sport of bijvoorbeeld zwaar werk verricht dan heb je veel energie nodig. Je verbrand dan veel koolhydraten of vetten per minuut. Tijdens je werk of het sporten heb je een verhoogde stofwisseling. Door op je eten te letten, weinig vet, gematigd koolhydraten en redelijk wat eiwitten te consumeren zul je afvallen en later op gewicht blijven. Als je regelmatig sport houdt je structureel een hogere stofwisseling, waardoor je meer kunt eten dan wanneer je niet sport.

Voedingspatroon verhoogt de stofwisseling!
Je kunt je stofwisseling ook verhogen door een nieuwe manier van eten aan te leren. Kies vaste tijden waarop je ontbijt, luncht en het avondeten nuttigt. Bijvoorbeeld 8 uur, 13 uur, 18 uur. Zorg dat de avondmaaltijd niet meer calorieën bevat dan de lunch. Houdt hierbij rekening met de toevoeging van 2 of 3 gezonde snacks van elk 100 calorieën. Bij 1300 calorieën per dag houdt dat dus bijvoorbeeld in: een 300 calorieën ontbijt, een 400 calorieën lunch en 400 calorieën voor het avondmaaltijd. Je kunt dan nog
2 snacks van elk 100 calorieën eten. Laat de snacks nooit achterwege! Waarom? Omdat deze 2 snacks er juist voor zorgen dat je stofwisseling omhoog gaat. Als je te lang wacht met olie op het vuur gooien dan gaat het vuur uit, laat het vuur branden! Eet om de 3 uur, ook al is het iets kleins zoals een plakje volkoren ontbijtkoek. Zorg dat je snacks ook een vaste tijd hebben, je hebt dan meer energie en je voorkomt een terugval door een grote honger aanval.

Stofwisseling en de tand des tijds.
Je stofwisseling blijft niet altijd hetzelfde, hij vertraagd als je ouder wordt. Je hebt minder calorieën nodig als je ouder wordt. Daar komt ook nog eens bij dat de verhouding spiermassa en vetmassa verandert in het voordeel van vetmassa. Ook als je nog steeds hetzelfde weegt als 15 jaar geleden. Je lichaam is minder strak, omdat spieren plaats maken voor vet. Als je de 30 passeert dan krijg je meer vet op je heupen, billen en buik. Dat ligt niet alleen aan je leeftijd, maar veel meer aan je levensstijl. Je gaat meestal minder bewegen, omdat je minder tijd voor jezelf hebt. Je gaat samenwonen, je wordt zwanger etc. Je bent gewoon minder in beweging dan tussen je 20e en 30e levensjaar. Dus heel simpel, plan het sporten in. Ga 3 keer in de week sporten, eet gezond; zo houdt je gewoon een goede stofwisseling.